Contrapunt

Ik zit op een bankje in het stadspark. In de verte, op het speelpleintje, zie ik een kudde kinderen. Ze maken wilde gebaren en rennen kriskras in het rond. Glijbaan op, glijbaan af, schommel op, schommel af. En opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Ze vallen op hun smoel. Ze loeien in crescendo. Ik kan de wind niet meer horen.

- Dag Viktor.
Dag Marianne.
- ’t Is warm voor de tijd van het jaar hé.
Uhu. Warm is goed.
- Dat heb je graag hé.
Dat heb ik graag.
- Zo, ik ga weer.
Dag Marianne.
- Dag Viktor.

De wind maakt altijd tonen hier. Als ze blad dragen, vormen de berken een ‘la’. Als ze kaal zijn, klinkt tussen hun takken een ‘re’. Ik kan de klanken nu niet horen, want alles is kabaal. Ondanks het tumult blijft onze labrador rustig slapen, als een grote teddy tegen mijn been.

- Dag Viktor.
Dag Fons.
- Hoe gaat het met de hond?
Goed. Mager.
- Is ie ziek?
Nee, gewoon mager.
- Dag Viktor.
Dag Fons.

Daar, in de verte, zit mijn vrouw met mijn kind op de wip. Mijn vrouw heet Frauke. Mijn kind heet Stan.
We komen hier elke woensdagnamiddag. Dan moet Frauke niet werken en Stan niet naar school. We halen hem op om twaalf uur. We lopen naar de McDonalds en Frauke geeft mij een double cheese. Stan krijgt een Big Mac. Dan lopen we naar het stadspark.
Ik wandel een meter of twee achter hen aan. Dat komt omdat ik slecht ter been ben. Zo gaat het iedere week.
Uiteindelijk beland ik op dat bankje, om naar hen te kijken.

- Dag Viktor.
Dag Klara.
- Zie ik je vanavond?
Om te knippen?
- Om te knippen, ja.
Weet ik nog niet.
- Heb je plannen?
Wel ja, Frauke wou iets doen.
- Oké, zie maar.
Dag Klara.
- Dag Viktor.

Stan kan al zeggen: ‘Hallo, meneer’. Hij heeft een goeie stem. Daar zit een bariton in verstopt. Als hij ouder is, dan haal ik die eruit.
Hij danst soms een beetje wanneer ik thuis viool voor hem speel. Ik ben de ster van het orkest. Mijn vingers groeien er krom van, maar ik word goed betaald.

- Dag Viktor.
Dag Jens.
- Ik heb een tien gehaald voor notenleer.
Goed zo, Jens.
- Ik heb er flink voor geleerd.
Kruisen?
- Fa, do, sol, re, la, mi, si.
Mollen?
- Si, mi, la, re, sol, do, fa.
Goed zo, Jens.
- Dank je, Viktor.
Dag Jens.
- Dag Viktor.

We wonen heel stijlvol, op de hoek van die zijstraat. Aan de eettafel bij kaarslicht zitten Frauke en ik vaak tot laat te praten. Over de buren. De oorlog. De muziekfilosofie van Pythagoras. Aan de open haard lezen Frauke en ik alles uit de Nederlandse canon. Daarna vallen Frauke en ik in slaap bij een aria van Monteverdi. Stanneke ligt tegen dan al vredig te ronken.
In de krant van vorige woensdag las ik: in Londen is de vodka goedkoper dan de melk. Misschien moet ik verplaatsen. Maar we houden te veel van elkaar.

Dag Charlie
- Dag Viktor.
Is dat je boeleke?
- Dat is mijn boeleke.
Hoe oud is ie?
- Drie maanden.
Ferm kereltje.
- Hij eet goed.
Groeten aan je vrouw.
- Doe ik.
Dag Charlie.
- Dag Viktor.

Mijn vrouw en ons kind staan op van de wip. Terwijl Frauke weg stapt naar de vuilnisbak verderop, legt Stan in opperste concentratie een bal voor zijn voeten. Hij geeft er zo’n stevige trap tegen dat de bal in een rechte lijn naar mij toe komt gestoven en tot stilstand komt tegen de poot van mijn bankje.
Stan loopt er achteraan en wanneer hij aankomt, kijkt hij in mijn opaalblauwe ogen. De hond komt recht en blaft naar hem.
Ik strek mijn hand uit naar Stan. Hij kijkt lang naar de groeven in de palm. Ik kan de wind weer horen. Dan raap ik de bal voor hem op.

Dag Stan.
- Hallo meneer.
Kom naast me zitten.
- Hallo meneer.
Wil je je bal?
- Hallo meneer.
Kom hier, op de bank.

Stanneke komt naast me zitten. In de verte, op het speelpleintje, roept Frauke om ons kind. In staccato roept ze: Stan! Stan! Stan! Ze draait haar hoofd naar ons om. Mijn bank, onze labrador, ons kind. Ze loopt naar ons toe en strekt haar arm uit naar Stan. Hij legt zijn polleke als een weekdier in de schelp van haar handen.

Mevrouw.

Ze trekt haar jongen van de bank, graait in haar broekzak en laat een twee-eurostuk in mijn opengeklapte vioolkist vallen.Vrouw en kind haasten zich het park uit met hun ruggen naar me toe.

Dit bericht is geplaatst in Kortverhalen, Nieuws, Werk. Bookmark de permalink.