Innuendo

3.

Nu kijk ik naar haar. De fijne haartjes rond haar kruin waaien op en neer, alsof ze met hun tapdansvoetjes poëzie voordragen. Ik lees het als een herinnering aan een oude man die van vier tot acht op de brug over de autosnelweg staat, met zijn armen open en zonder een kik te geven naar de ontelbare wagens staart die vanonder de brug door komen geraasd. Hij telt ze niet, hij kijkt gewoon. Hij vraagt zich af wie ze zijn, vindt elke auto, ook dezelfde auto’s, anders omdat er ander volk mee rijdt. Hij vraagt zich af waar ze naartoe gaan en dan voelt hij een steek in zijn maag, of nee, meer in zijn flanken, ter hoogte van de nieren, omdat hij jaloers is dat ze iemand zijn en dat ze ergens naartoe gaan, dat ze stuk voor stuk een fysiek doel lijken te hebben. Behalve dan de Porsches en Mazaratti’s décapotables die zich met wapperende manen in de joyride bepronken. En hij, de oude man, grijs misschien of net niet, vergewist zich ervan dat hij naar het pure middel staat te kijken. Het maakt hem rustig. Het stelt hem op zijn gemak dat hij hen stuk voor stuk op het middel betrapt en niet op het doel. Hij heeft geen van beide. Dat hebben de jaren hem geleerd. Maar ongeacht de wegpiraten zijn de middelen in de grond onschuldig, wit, blank, nog niet beangstigend en behangen. Het zijn die vier uren waarin de man zich werkelijk onthecht voelt, ontheven haast, ontstegen, waarin hij beseft waarom hij moet sterven, net als die miljoenen andere reizigers, uiteindelijk dan. Het doet soms goed om ervan uit te gaan dat je geen keuzes hebt, dat je gewoon langzamerhand wat aan het bijleren bent.

(...)

Ik doe de deur open. Ze houdt op met schilderen rond de schouw. Ze legt haar kwast neer, stapt op me af, kust me zedig op de linkerwang. Ik duw de deur achter me dicht en zeg dat ze mooi werk heeft geleverd. Ik zit pas vijf minuten uit te blazen op de kartonnen afplakvloer wanneer er op de deur wordt geklopt, hard, dwingend, vijf keer. Ik roep nog naar haar - ze zit op ’t toilet - 'Ben jij aan het vreemdgaan?', waarop ik langzaam rechtkom en na 't openen van de deur haar vader zie staan die zegt: 'Geef me mijn dochter terug'.

Dit bericht is geplaatst in Kortverhalen, Nieuws, Werk. Bookmark de permalink.