Sparagmos

Ik sta in de hal met mijn rug naar de trap. Mijn hielen raken de onderste trede. Het parket voelt koud aan mijn blote voeten. Ik kijk naar onze dubbele voordeur en dan naar rechts, naar de foto tegen de muur, het spleetje tussen je voortanden. Onze poes komt de hal binnen en vleit zich op de deurmat. Ik denk dat ik geroosterd brood ruik.
Nee. Het is tijd. Ik moet mama vandaag uit bed halen. Ik draai me om en kijk naar boven langs de geknakte lijn van de trap. Ik leg mijn linkerhand op de leuning. Ik hef mijn voet op en voel de scharlaken haartjes van de bekleding aan mijn zool kietelen.

Terwijl ik mijn voet op de eerste trede laat neerkomen, hoor ik in de verte het gejoel van een optocht. Het is nog donker buiten. De bewoners slingeren in een lange colonne het dorp uit. De hogepriester loopt voorop. De tocht gaat door het woud naar de top van de heuvel. Daarboven staat het altaar.

Ik kijk naar mijn voeten en doe snel drie treden omhoog op de trap. Dan sta ik stil en kijk opnieuw naar boven, waar mama in onze kamer ligt. Haar hoofd is in een kussen begraven. Ze beweegt niet. De frêle vingers van haar linkerhand rusten op de kuiten van een barbiepop. Dat weet ik.
Zes treden verder, zes treden dichter.

Het altaar op de heuveltop is bestrooid met bloemblaadjes. Daartussenin staan kaarsen. De rook kronkelt de lucht in. Het warme aroma van rozen, vlierbloesem en vanille vermengt zich met de prikkende geur van lentegras. De inwoners maken een kring rond het altaar. De hogepriester gaat erachter staan en zwaait met zijn hand. Zijn dienaren, in lompen gehuld, jagen een bok door het volk naar voren. De mensen juichen. Het dier is uitgedost in het rood. De stof spant rond zijn buik en is in kartels gezoomd rond zijn nek, zijn staart en zijn poten. De dienaren hijsen het beest op het altaar en houden het bij de hoeven vast.
Ondertussen komt de zon op. De stralen zetten de heuveltop in warm, geel licht. De dorpsbewoners gaan op hun knieën zitten, buigen hun romp naar voren en leggen hun handen en hun voorhoofd plat in het gras. De hogepriester spreekt de misdaden van het volk uit. Zijn linkerhand rust tussen de hoorns van de bok. Hij heft zijn rechterarm omhoog. Hij gaat verder met zijn litanie. Ik denk dat ik je naam hoor.

De stralen van de ochtendzon schieten rechts door het venster op de overloop. Nog zeven treden. Dan de laatste tien omhoog.
Ik stond daar, bovenaan, met mama’s hand in de mijne. ‘Rustig’, fluisterde ik haar toe. We keken naar beneden. Je rechterarm rustte dwars op de onderste treden. De rest plakte in een tegennatuurlijke spreidstand tegen het parket van de inkomhal. Het scharlaken van de tapijtbekleding ging over in karmozijn, de eiken vloer werd mahonie.

De mond van de bok hangt open. Er is veel ruimte tussen zijn tanden. Zijn grote groene ogen kijken op naar de hogepriester, die even twijfelt, zijn mes een centimeter laat zakken, dan weer hoog heft en naar beneden zwaait. De dienaren duiken omlaag om geen spetters te vangen.

Ik bereik de overloop. Er parelt zweet op mijn rug. Mijn adem stokt. De lucht stapelt zich op onder mijn strottenhoofd, drukt tegen het kraakbeen. Ik voel mijn gezicht donkerrood kleuren. Ik kijk langs de laatste treden naar boven. De deur van onze kamer staat op een kier. Ik hoor mama zachtjes ademen. Ik wil in haar oor fluisteren dat we naar een ver land kunnen gaan waar geen mensen wonen en dus geen mensen doodgaan.
Ik spring de laatste treden omhoog. Ik ga in de deuropening staan. Mama ligt op bed. Haar huid is vaal, gaat van geel over in wit en wordt doorschijnend aan haar handen. Haar linkerhand omklemt een barbiepop die een rood broekpak draagt, gekarteld aan de nek, de armen en de benen.
Mijn stembanden wijken onder de druk. Ik wend mijn hoofd af en loop de gang door, terwijl ik de doodskreet slaak van een wild dier.

De dorpsbewoners springen recht en gooien hun armen in de lucht. De bloemen en de kaarsen op het altaar zijn besmeurd door rode regen. De hogepriester duwt de bok met zijn voet over de rand van het altaar. Zodra het dier de grond raakt, begint het naar beneden te rollen, de heuvel af. De mensen zetten de achtervolging in en graaien naar het lichaam dat aan een razend tempo op het pad open plooit, kantelt, dicht plooit en weer kantelt, met een kop  die heen en weer bungelt, net niet volledig van de romp gescheiden. Wanneer het beest aan de voet van de heuvel tot stilstand komt, springt het hele dorp er bovenop. Er stijgt lawaai op van krakende wervels, brekende botten, scheurend vlees. De zon groeit.
De mensen heffen een lied aan over een rustige wind, een vredige golfslag en een vlotte doortocht. Een eindje verderop, aan de bosrand, staat een vrouw het tafereel gade te slaan. Haar hoofd is lichtjes gebogen en haar gezicht onzichtbaar in de schaduw van haar kap. Haar frêle vingers zijn verstrengeld alsof ze bidt.
De hogepriester staat op de top van de heuvel, met zijn handen plat op het altaar. In zijn rechterooghoek parelt een traan.

Ik ren naar de badkamer. In mijn hoofd stuiter jij de trap af, hoofd vooruit, armen vooruit, achterstevoren en dan weer rechtdoor, romp, voeten, nek, tot je beneden stil ligt en een schurende tong je oogleden dicht likt als enveloppes voor ver weg.
Ik zit op de wc-pot met mijn handen plat op mijn bovenbenen. De kat heeft zich bijna door het hout van de deur gekrabd. Het raampje staat open. Ik hoor feestgedruis in de verte, aan de heuvels. Iedereen staat te zingen rond je lijk, terwijl de golven kalmeren en de wind verzacht.

            Mama blijft in bed. ‘Sparagmos’, mompelt ze. ‘Sparagmos, mijn kind.’

 

mama en papa maken ruzie
boven aan de trap
mama zegt sjjjt sjjjt
een vinger voor haar lippen
sjjjt, ze slaapt al

papa wordt een tijger
mama wordt een stoomketel
rustige wind, golfslag, doortocht, offer: dat hoor ik

papa staat plots in mijn kamer
overal woorden
ik versta niets meer

hij sleurt me naar de trap
mama houdt de leuning vast
ze zwijgt nu

een duw, een schreeuw, een klap
een kattentong over mijn ogen
als schuurpapier
en dan stilte in het dal

Dit bericht is geplaatst in Kortverhalen, Nieuws, Werk. Bookmark de permalink.