Kaputt/Enuresis

Pervasy staat op het toneel. We zien achteraan twee stoelen, links staat een kamerplant naast nog een stoel. Vooraan ligt een paarse knuffelbeer naast haar rugzak.

Ze is onrustig. Ze draagt een wit topje en een rode, linnen broek. Ze draagt haar kleren op een slordige manier, want ze voelt zich goed nu. Haar haren zijn los, lichtjes in de war, en ze loopt op blote voeten. Ze voelt zich veilig in haar onrust, want haar onrust is een gevolg van een hevig verlangen, een hevig verlangen om Ca Jeeka te zien, de enige persoon waarmee ze deftig kan spreken. Ze is ervan overtuigd dat zij bestaat, dat zij echt is, maar dat is in werkelijkheid minder zeker. Doch, dat doet er niet toe. De realiteit en de illusie lopen voor haar dooreen.

Ze blikt van links naar rechts, loopt nu en dan eens heen en weer, stopt weer, gaat neerzitten, kijkt op een horloge dat ze niet draagt, neemt haar beer vast, kauwt er eventjes op, beseft dan hoe kinderachtig dat is en leegt haar rugzak. Er zitten drie bokalen in, waar ze insecten in bewaart, en een schrift waar er allerlei dingen in gekrabbeld staan. Ons wordt geen blik in het schrift gegund. Tussenin vloekt ze, maar ze vloekt zachtjes en ingehouden. Ze probeert zichzelf telkens tegen te houden als het gebeurt. Ze verbetert zichzelf, net zoals grote mensen dat doen.

Afgezien daarvan lijkt het alsof er met haar weinig aan de hand is. Ze wacht op iemand, iemand die ze graag heeft. Onrustig, verlangend, maar geduldig. Blijkbaar heeft ze Ca Jeeka heel wat te vertellen, en dat zie je ook.

Na enkele minuten komt Ca Jeeka op. Ze is een beetje ouder dan Pervasy. Ze draagt een hoedje en een felgroen hemd, haar zwarte broek is opgerold tot aan haar kuiten. Ze draagt geen schoenen. Nadat ze nauwkeurig het publiek heeft gekeurd, sluipt ze Pervasy tegemoet en doet  haar schrikken. Bijna lijkt het alsof Pervasy haar iets zal aandoen, maar dan beseft ze dat zij het is en ze lacht. Ze beginnen samen luidkeels te lachen. Het is een blij wederzien.

C:            (gaat tegenover Pervasy staan, streelt haar haren en knikt)

                Panorama, zegt de machinist, tot twee keer toe !

P:            (begrijpt waar ze naartoe wil, heft haar handen hoog om het spel te beginnen.                    Ze doen het klapspelletje terwijl ze de dialoog voeren)

                Draaien aan het wieletje, akke akke akke akke TUUT TUUT !

C:            En dan, ja, dan in zwakheid wachten tot …

P:            …tot het balletje aan het rollen gaat, slaat !

C:            TADAAM, ontploffing, de aarde, o moeder, beknopt naar de knoppen !

P:            Stoppen door, slaan ze? Slaan de stoppen door?

C:            Panische angst en je lijf de dood in zweten.

P:            Gemeten en te kort bevonden, maar ongeschonden…

C:            Het is de wijn, zei het zwijn toen ze de tepels van haar jong aan het tellen was.

(ze lachen luid)

P:            Gemis! Mis je d’r ééntje?

C:            Eéntje is geentje, meneertje. Transpiratie, fulminatie…

P:            Mastur- manie, misschien? Zien?

C:            Zien? We zullen zien, misschien.

P:            We zien wel zeker.

                Klappen in de handjes! De roos zinkt op haar knieën neer, want ze is een mens!

C:            KRAK, zei de twijfel, ’t was een diepe klucht, en dan? Mens toch!

P:            Wachten, wachten, wachten…

C:            … in zwakheid, tot ze lachend jou jou jou de dood in verkrachte-

P:            Zweten! Kennen wij elkaar? Kennen wij? Ja?

C:            Neen. Het is de wijn, het venijn, angstige, panische pijn!

P:            Wat mag het zijn, meneer? Wat moet er nog zijn, dan?

C:            Wat? Ja, wat? Mis ik d’r ééntje? We zien wel hé…

P:            Als we ons gezamenlijk de dood in…vreten! Gebeten!

C:            Bijt me!

(ze stoppen het spelletje, Ca Jeeka loopt van haar weg en blijft ‘bijt me’ roepen, Pervasy is van plan om aan haar gebod gehoor te geven.)

P:            Bevrijd me!

C:            Neer, onder, door, heen en terug!

P:            Bijt ons samen de dood…

C:            We zien wel, ach! We zien.

P:            Staar in de ogen.

                (ze heeft Ca Jeeka beet, bijt haar in de arm. ze schreeuwt, want Perva bijt hard)

                Staar me in de ogen!

C:            (staart haar in de ogen en schrikt)

                Is er wat?

P:            Neen. (denkt na) Er is altijd wel wat. Bij nader…inzien.

C:            (valt op de grond) Patat! Er is altijd wel wat. Patat!Pervasy Pervasy, Batta & Flegon groep applaus

Dit bericht is geplaatst in Theater. Bookmark de permalink.